De ‘almachtige aandeelhouder’ en de mogelijkheden van het enquêterecht

4 oktober 2023

Het enquêterecht is ontworpen voor ondernemingen met meerdere aandeelhouders. Maar soms vindt wanbeleid zijn oorsprong in het gedrag van de enig aandeelhouder. Job Staal en Stefan Holterman scheven in een artikel welke oplossingen het enquêterecht dan biedt, en deden aanbevelingen hoe men in zulke situaties het belang van de vennootschap en haar onderneming kan waarborgen.

De beschikking in de ‘Sanderink-affaire’

Voor de Ondernemingskamer van het hof Amsterdam was het gedrag van Gerard Sanderink reden om in te grijpen bij Strukton en Oranjewoud, ondernemingen waarin hij (indirect vrijwel) alle aandelen houdt. Als onmiddellijke maatregel droeg de Ondernemingskamer Sanderinks aandelen in Oranjewoud op één na ten titel van beheer over aan een beheerder.

Aan de hand van de beschikking van het Hof behandelen Job Staal en Stefan Holterman het enquêterecht in dergelijke situaties in Bedrijfsjuridische berichten 2023/55. Ze bespreken de bijzonderheden van deze zaak en de effectiviteit van de enquêteprocedure in die gevallen waarin het gedrag van de enig aandeelhouder de basis vormt voor het vermeende wanbeleid. Afsluitend bieden ze enkele handvatten voor de praktijk.

Welke oplossingen biedt het enquêterecht als de enig aandeelhouder wanbeleid veroorzaakt?

Het enquêterecht is oorspronkelijk ontworpen om openheid van zaken te geven en de verhoudingen te herstellen bij ondernemingen met meerdere aandeelhouders. Dit komt onder meer tot uitdrukking in de eindvoorzieningen die de Ondernemingskamer kan treffen, indien zij bepaalt dat sprake was van wanbeleid. Dit zijn enkel de schorsing of vernietiging van een besluit, schorsing of ontslag van een functionaris, een tijdelijke afwijking van de statuten, de tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer of een combinatie van deze. Ook is ontbinding van de rechtspersoon mogelijk.

Deze middelen kunnen vergaande gevolgen hebben en daarmee schot in de zaak brengen, maar zijn overwegend van tijdelijke aard en raken de aandeelhouder in beginsel niet permanent (zonder daar iets tegenover te stellen, zoals de verkoopopbrengst van bedrijfsactiva). De vraag rijst dan ook of de Ondernemingskamer wel eindvoorzieningen kan treffen die wanbeleid dat voortkomt uit de gedragingen van de enig aandeelhouder kunnen beëindigen.

Aangezien de mogelijke eindvoorzieningen grotendeels een tijdelijk karakter hebben, of later ongedaan gemaakt kunnen worden door de enig aandeelhouder, zijn Staal en Holterman van mening dat het enquêterecht geen bevredigende permanente oplossing kan bieden. Dit zou enkel anders zijn als de Ondernemingskamer de aandelen in ‘gijzeling’ houdt tot de aandeelhouder overgaat tot verkoop, of tot hij overlijdt.

Buiten het enquêterecht zien zij echter wel mogelijkheden. Voor zover de aandeelhouder niet in staat is ‘rationele beslissingen te nemen’ kunnen de aandelen zo nodig onder (beschermings)bewind worden gebracht. Bewind is een middel dat wél daadwerkelijk bedoeld is om op de langere termijn, zo nodig permanent, een oplossing te bieden en kent een procedure die recht doet aan de privébelangen van de betrokkene.

Aanbevelingen voor de praktijk

Het moge duidelijk zijn dat een enig aandeelhouder veel macht heeft in de onderneming. Als diegene de normale bedrijfsvoering frustreert, niet bereid is de nodige besluiten te nemen of het bestuur en de commissarissen het werk bemoeilijkt, kan dat de onderneming in zwaar weer brengen, en daarmee de belangen raken van haar werknemers en andere stakeholders. Als de interne controlemechanismen de problemen niet kunnen wegnemen, zal een stap naar de Ondernemingskamer soms gewenst zijn.

Staal en Holterman geven daarom de aanbeveling om, zolang de wet hier niet in voorziet, statutair of contractueel te verzekeren dat iemand anders dan de aandeelhouder zelf of een orgaan dat door die aandeelhouder wordt benoemd – zoals het bestuur – bevoegd is een enquêteverzoek in te dienen. Dit kan verleend worden aan partijen die belang hebben bij het bestendige succes van de onderneming, zoals bijvoorbeeld:

  • De ondernemingsraad
  • financiers
  • joint-venturepartners
  • belangrijke afnemers of leveranciers

Ten behoeve van de stabiliteit van de samenwerking op de lange termijn kan men ervoor kiezen om (al dan niet wederzijds) enquêtebevoegdheid contractueel vast te leggen. De zaken rond Sanderink laten zien dat het zaak is dit te regelen op het moment dat de verhoudingen goed zijn, zodat een enquêteverzoek mogelijk is als deze onverhoopt verslechteren.

Mocht u naar aanleiding van dit blog vragen hebben, of wilt u de mogelijkheden voor het oplossen van uw zakelijke geschil bespreken, neem dan gerust contact met ons op.

Vragen naar aanleiding van deze publicatie?

Neem contact op met de auteurs: